De wijngaarden

De microzone van Sassicaia bestaat uit twee afzonderlijke gebieden: het eerste aan de voet van de heuvel met wijngaarden op een hoogte van ongeveer 60 meter boven de zeespiegel met een bodemgesteldheid die teruggaat tot in de vroege Ijstijd. 

Het tweede gebied bestaat uit met wijnstokken begroeide heuvels op een hoogte van ongeveer 250-300 meter. De ondergrond hier dateert nog van de vroege Krijttijd en het Eoceen en het Paleoceen. De dichtheid varieert van vier- tot vijfduizend wijnstokken per hectare. 

De meest frequent gebruikte wortelstok is een kloon van 420 A, die in alle wijngaarden goede resultaten oplevert. De gemiddelde groeikracht beperkt immers de ontwikkeling en de productiviteit van de wijnstok. Cabernet Sauvignon is goed voor 85 procent van de gebruikte wijnstokvariëteiten, terwijl Cabernet Franc de resterende 15 procent voor zijn rekening neemt. 

Momenteel werd 60 hectare aangeplant met deze wijnstokken. 55 hectare ervan is momenteel in productie. De wijnstokken worden gesnoeid in lage snoeren tot op een hoogte van ongeveer 40 centimeter boven de grond. Elke wijnstok heeft vijf tot zes scheuten die worden gesnoeid tot uitlopers met twee knoppen. De planten kunnen tien tot twaalf knoppen tellen en zowat veertig- tot vijftigduizend knoppen per hectare voortbrengen. 

Hoewel het snoeien in dergelijke lage snoeren het eigenlijke cultiveren stukken moeilijker maakt en het gebruik van mechanische hulpmiddelen nagenoeg volledig uitsluit, vormt dit een garantie voor een correcte loofindex (L.A.I.). Met andere woorden: de fotosynthese verloopt efficiënter en de druiven kunnen onder ideale omstandigheden rijpen dankzij de warmte die door de stenen ondergrond van de Saccicaia wijngaarden wordt weerkaatst. 

 

 

 

Iedere plant brengt 1 tot 1,5 kg vruchten voort. De gemiddelde opbrengst per hectare bedraagt ongeveer 55 kwintaal, of 5.500 kilogram. 

Tijdens bepaalde jaren wanneer het klimaat en het seizoen de druifproductie bevorderen, kunnen de trossen tijdens het vormen van de vruchten worden uitgedund. Het rendement wordt echter strikt aan banden gelegd door de wintersnoei en door het "op 1 zetten". 

Het behoud van gezonde wijnranken is geen gigantisch probleem. Een goede blootstelling aan het zonlicht en een constant zacht briesje creëren een microklimaat dat ongunstig is voor de ontwikkeling van zwamparasieten. Dit betekent dat men zich kan beperken tot een relatief milde bestrijding van meeldauw. Desnoods kan men daarvoor gebruik maken van traditionele plantbeschermende producten met een heel beperkte impact op de omgeving. 

Meer nog, aangezien de wijngaarden ingesloten liggen tussen bossen, worden parasieten die de wijnranken zouden kunnen aantasten door tal van natuurlijke roofvijanden op veilige afstand gehouden zodat het gebruik van insecticiden doorgaans volstrekt overbodig is. 

Ook de bemesting verloopt heel evenwichtig en wordt tot een minimum beperkt. Er worden geen micro-elementen aan de Sassicaia wijngaarden toegevoegd omdat die al in voldoende mate in de bodem aanwezig zijn.