Net zoals de malvasia eigenlijk een druivenfamilie is met verschillende varianten is ook de trebbiano een overkoepelende benaming van verschillende trebbianovariëteiten. Geen enkele andere druif staat in Italië zo veel en zo wijdverspreid als de trebbiano aangeplant. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er talrijke verschillende subvariëteiten bestaan. Tijd om al die trebbiano's eens nader te bekijken.
KENMERKEN
Meest voorkomende wijnstreek:
Kleur van de schil:
Karakteristieken:
Vinificatiemogelijkheden:
Wijnstijlen:
Bewaarkracht:
Te drinken bij:
Bekendste herkomstbenamingen:
De precieze oorsprong van deze druivenfamilie is onzeker. Feit is wel dat de trebbiano reeds lang in Italië aanwezig is want Plinius vermeldde de druif al onder de benaming
"tribulanum", die hij aantrof in de regio van Napels en Toscane. Van hieruit is de druif dan aan haar veroveringstocht begonnen van quasi heel het Italiaanse grondgebied met
uitzondering van de allernoordelijkste regio's Aosta, Zuid-Tirol en Friuli.
Helaas heeft trebbiano bij vele wijnliefhebbers niet zo een positieve bijklank. Ofschoon er wel verschillen zijn tussen de subvariëteiten onderling (zie verder; en dan vooral wat de
smaakintensiteit betreft), blijft elk trebbianoras gekenmerkt door een eerder neutraal aromatisch smaakprofiel en een hoge aciditeit. Dit is ook de reden waarom trebbiano voornamelijk
opduikt in blends en slechts her en der solo gevinifieerd wordt. Uiteraard zijn er steeds uitzonderingen die de regel bevestigen: de witte trebbiano van het domein Valentini (in de
Abruzzen) is bijvoorbeeld wel een zeldzaam pareltje van kracht, complexiteit en elegantie.
Het ras dat als de primus van de klas beschouwd mag worden is de trebbiano di Soave of ook wel trebbiano di Lugana genoemd. De laatste benaming verwijst naar de mooie
lichtgeparfumeerde witte wijnen die van dit ras geproduceerd worden in de DOC Lugana, naast het bekende Gardameer in Noord-Italië. We kennen deze variëteit natuurlijk beter van de
mooie witte wijnen uit Soave (in de Venetoregio), waar de trebbiano di Soave de vaste sparringpartner vormt van de garganegadruif. In Soave merk je hoe deze trebbiano di Soave op
uitmuntende wijze de garganega wat extra frisheid kan aanbrengen (knisperend fruit en aciditeit).
Maar, hoe gek het ook klinkt, eigenlijk behoort deze eerste variëteit niet echt tot de trebbianofamilie ofschoon ze wel deze naam heeft... Deze eerste trebbiano-subvariëteit is immers
in feite niets minder dan de verdicchio (bianco) (zie afzonderlijke entry), die dan weer de sterkhouder is van de appellaties DOC Verdiccio di Matelica en DOC Verdicchio dei Castelli
di Jesi in de Marken. Ook hier in de Marken merk je trouwens het duidelijke potentieel van deze druif.
Helaas wordt de betere trebbiano di Soave door sommige producenten van gewone Soavewijnen opzij gezet voor de trebbiano toscano, die veel hogere rendementen garandeert maar wel
veel banaler is. Gelukkig wordt voor de DOCG Soave Superiore het gebruik van de trebbiano toscano verboden en mag enkel de trebbiano di Soave gebruikt worden (samen met garganega).
Zoals haar naam aangeeft floreert de trebbiano toscano volop in Toscane. Deze subvariëteit staat het meest aangeplant van alle trebbiano's in heel Italië (meer dan 40.000 hectare!).
Het aantal DOC's waarin deze subvariëteit toegelaten is, is overigens ontelbaar. Noorden, zuiden, oosten en westen, je vindt ze echt overal.
Het is trouwens deze variëteit die je ook in Frankrijk aantreft onder de naam ugni blanc (hier maken ze onder meer Cognac en Armagnac van deze druif).
In Lazio vindt je nog een afzonderlijke subvariëteit, de trebbiano giallo, die ter plaatse floreert in de appellaties van de Castelli Romani en soms 'amabile' (tikkeltje zoetig) kan
zijn.
Ook Emilia-Romagna enerzijds en Umbrië anderzijds kunnen prat gaan op hun eigen lokale varianten die respectievelijk enerzijds trebbiano modenese en trebbiano romagnolo
heten, en anderzijds trebbiano spoletino.
Wat de subvariëteit ook is die je in het glas vindt, ze hebben allemaal enkele gemeenschappelijke noemers: de kleur van de wijn is meestal bleekgeel, de geur redelijk neutraal (in het
beste geval wat citrus en florale toetsen) en een licht amandelbittertje in de smaak. Houtlagering is voor elk van de variëteiten zelden of nooit gezien (als het dan toch voorkomt is
het hooguit een drietal maanden op reeds gebruikte barriques, met uitzondering van de wijnen van Valentini in Abruzzen, die langer op hout liggen).
Ten slotte, de wijnen - of beter gezegd de druif - die je vindt onder de noemer DOC Trebbiano d'Abruzzo in de Abruzzen, is evenmin een "echte" trebbiano. De druif/variëteit die men
daar "trebbiano d'abruzzo" noemt, is eigenlijk de bombino bianco, die niets met trebbiano te maken heeft (en als synoniem "pagadebit" heeft).