Negroamaro

Negroamaro is een autochtoon blauw druivenras uit Apulië. Het deelt met de primitivodruif de heel rijpe smaak, maar heeft in tegenstelling tot deze laatste een uitgesproken bittere toets. Dit keert ook terug in de naam van de druif: negro (zwart) en amaro (bitter).



De wijnen proeven naar rijp, zwoel zwart fruit met lichtbittere en kruidige toetsen en zijn doorgaans niet goed bestand tegen veroudering. Zelfs de topwijnen drink je best binnen de tien jaar na oogstdatum.

Onze producten op basis van dit druivenras

Kenmerken

Meest voorkomende wijnstreek: Puglia

Kleur van de schil: paars-blauw

Karakteristieken:
medium tannine, licht bitter, strakke smaak, zowel rood als zwart fruit

Wijnstijlen:
droge rode wijn

Bewaarkracht:
de lichtste wijnen hooguit 4 jaar na oogstdatum, de beste wijnen tot 10 jaar na oogstdatum

Te drinken bij:
deegwaren of risotto op basis van tomaten- of vleessaus / wit vlees zonder saus / wit vlees met saus / rood vlees, gegrild of geroosterd, zonder saus

Bekendste herkomstbenamingen:
DOC Salice Salentino

De Negroamaro-druif is de grote overlever van het zuidelijk gelegen Salento. Vandaag de dag is zowat 30.000 hectare in Puglia aangeplant met deze druif en beslaat hij, zelfs na de massale rooiingspolitiek van de jaren 80 en 90, ¼ van de totale wijngaard van deze regio.

Er is eigenlijk weinig bekend over de herkomst van deze druif. Er zijn geen sporen terug te vinden in geschriften van vorige eeuw en de reden hiervoor is dat er niemand hoog inzat met de locale wijnen. Het wordt algemeen aangenomen dat de druif, via een passage in Albanië, uit Griekenland afkomstig is. Alles wijst er op dat hij een verwante is van de wijdverspreide Griekse Xinomavro-druif.

Waarom overleefde de Negroamaro wel en andere niet? De druif was (en is) de lieveling van de wijnbouwers. Zijn productie is stabiel, hij is goed bestand tegen ziektes en kan tegen droogte (wat geen luxe is in Puglia). Verrassend genoeg is de druif ook in staat kwaliteitswijnen voort te brengen. De etymologische verklaring is vrij duidelijk. De naam is afgeleid van het dialect 'Niuru Maru'. De wijnen die op basis van deze druif worden gemaakt hebben meestal een zeer diepe, bijna zwarte kleur (negro). Ten tweede hebben ze in de afdronk een aangenaam bittertje (amaro) die perfect de fruitigheid compenseert. Het is opvallend dat deze druiven, ondanks de hitte, voldoende zuren behouden om de wijn in evenwicht te houden. Men vindt zelden Negroamaro als monocépage. Hij is bijna altijd als dominante speler aanwezig in een blend maar wordt dikwijls aangevuld met montepulciano, malvasia nera of primitivo.

Als de druif verbouwd wordt volgens het arbarello-systeem, bekomt men volle, geconcentreerde en aromatische wijnen. Belangrijk is ook dat de prijzen zeer toegankelijk blijven. Het is hier dat men de beste prijs/kwaliteitsverhouding kan aanbieden.

Er wordt een brede waaier aan wijnen gemaakt op basis van deze druif. De bepalende factoren zijn het rendement en het moment van oogsten. Voor een dikke, volle wijn met een hoog alcoholgehalte wacht men best tot eind oktober, zelfs begin november. Regen wordt dan de grootste vijand. Voor een verfijnde en meer gebalanceerde wijn wordt er best in de tweede helft van september geoogst en rijpt men de wijn in barriques. De Negroamaro wordt ook zeer dikwijls gebruikt voor het maken van 'zuiderse' rosato. Deze wijnen hebben eigenlijk de structuur van lichte rode wijn en zijn gastronomisch goed inzetbaar.