Sommigen beweren dat Nebbiolo één van de beste blauwe-druif-variëteiten van de
wereld is, samen met Cabernet Sauvignon, Merlot, Pinot Noir en Syrah. Het is echter evenzeer waar dat
Nebbiolo, in tegenstelling tot Cabernet Sauvignon en Merlot, een grillig schepsel is, om niet te
zeggen abnormaal gevoelig en vol van contradicties.
KENMERKEN
Meest voorkomende wijnstreek:
Piemonte, meermaals tevergeefs nagebootst in andere continenten
Kleur van de schil:
grijsblauw
Karakteristieken:
zijn oorspong ligt in de heuvels van de Langhe en Alba; wordt de keizer van de Italiaanse druivensoorten genoemd; komt onder veel synoniemen voor in diverse regio’s in het noordwesten van
Italië; late rijper en zeer gevoelig; goed bestand tegen een vochtig klimaat; erg kieskeurig op gebied van terroir
Vinificatiemogelijkheden:
geeft verbluffende resultaten in rood, zowel gevinifi eerd op traditionele oude foeders als op nieuwe eikenhouten barriques
Wijnstijlen:
krachtig rood
Bewaarkracht:
20 jaar
Te drinken bij:
diverse mogelijkheden naargelang de vinifi catietechniek: indien op barriques, met gebakken of gegrild rood vlees; indien op foeders, met traag gegaarde vleesgerechten
Bekendste herkomstbenamingen:
Barolo, Barbaresco, Gattinara, Ghemme, Roero, Sforzato di Valtellina
Als je haar niet de juiste plaats geeft, geen krachtige stam, geen kalksteen ondergrond of geen zuid- tot
zuidwestelijke oriëntatie bijna op de top van de heuvel, zal Nebbiolo niets presteren. Ze kiemt vroeger dan
gelijk welke andere druivensoort in de buurt en is zeer vatbaar voor schade door vriestemperaturen. Ze rijpt
dan ook weer later dan andere soorten en is op die manier ook kwetsbaar voor slecht herfstweer. Omwille van
haar ongebreidelde energie is ze een last om in de wijngaard te hebben. Ze heeft de neiging tot hoge aciditeit
en zware tannines, en vraagt daarom een zeer delicate behandeling tijdens de vinificatie. Daarentegen is
Nebbiolo, in goede omstandigheden, in staat om hoge suikergehaltes te verkrijgen, wat zich niet enkel manifesteert
in de vorm van alcohol, maar ook in een wonderlijke, bijna port-achtige, zoetheid, terwijl ze technisch gezien
een droge wijn geeft.
Hoewel de druif voor de veertiende eeuw voornamelijk gecultiveerd werd in de Langhe, vinden we in de Ruralium
Commodorum van De' Crescenzi in 1303 pas de eerste gedocumenteerde vermelding van Nebbiolo. De' Crescenzi noemt
de 'Nubiola' een druif "van grote vinositeit, die een wijn om te bewaren produceert en erg krachtig is, wat in
de stad Asti en omstreken erg geprezen wordt." Er valt wel te noteren dat De' Crescenzi vele jaren een rechter
was in Asti, waar de Nebbiolo tot recent veel verbouwd werd. Het is eigenlijk pas sinds de laatste paar honderd
jaren dat vermeldingen van deze druivensoort in de provincies Aosta en Vercelli en in de Valtellina (belangrijke
Nebbiolo-zones), los van de link naar de uitstekende wijnen van de Langhe voorkomen., hoewel G.B. Groce in 1606
al kort het bestaan van Nebbiolo in deze streken erkende. Negentiende-eeuwse verwijzingen naar Nebbiolo geven
aan dat zij voor de phylloxera-epidemie, veel wijdverspreider geplant was dan vandaag. In die tijd kwam Nebbiolo
veelvuldig voor in de Asti-Monferrato-streek van Oost-Piëmonte en in Saluzze, Pinerole en Canave, waar ze vandaag
volledig verdwenen is.
Na het débacle van de phylloxera, toen er op Amerikaanse stammen geënt moest worden, vergaten heel wat wijnproducenten
de Nebbiolo en stapten over op gemakkelijkere variëteiten zoals de Barbera. Enkel in sommige begrensde gebieden
hielden producenten de hoop erin, zodat de Nebbiolo vandaag, ondanks haar kwalitatieve uitmuntendheid, slechts een
fractie van alle wijngaarden uitmaakt in het noord-westen van Italië (Nebbiolo vertegenwoordigt ongeveer 6% van de
totale wijngaard oppervlakte in Piëmonte en 7.5% in Lombardije, ongeveer 27% in Valle d'Aosta, maar dat is nog steeds
maar 200 hectare of minder).
Er zijn zo'n 40 verschillende klonen van Nebbiolo geïdentificeerd. Nebbiolo is een druif die gemakkelijk muteert
naargelang de terroir waar ze is gecultiveerd. Drie klonen domineren in de klassieke wijngaarden van de Alba-streek:
Lampia, Michet en Rosé. Lampia, de meest verspreide kloon, is de meest betrouwbare producent, hoewel sommigen zeggen
dat Michet (waarschijnlijk een genetische mutatie van de Lampia door virale infectie) de beste kwaliteit levert.
Rosé, ofschoon de meest geparfumeerde van de drie, is de lichtste in kleur en body en wordt tegenwoordig zelden
geplant en zal makkelijk vervangen worden omdat Barolo producenten al genoeg moeite moeten doen om kleur van hun
druiven te krijgen. De laatste jaren heeft het Experimentele Centrum voor Wijnbouw en Oenologie van Piëmonte, in
samenwerking met de Universiteit van Turijn, 19 nieuwe klonen ontwikkeld, de meeste afgeleid van de drie eerder
vermelde klonen.
Nebbiolo lijkt enkel in staat te zijn om consistente uitmuntendheid te bereiken in de klei en kalksteen ondergrond van
Alba, waar mist, overstroming en hagelschade veelvuldig voorkomen. In de meer zandige ondergronden van Roero,
Vercelli en Novara, op de steile hellingen van Carema en in Valtellina Lombardije, presteert Nebbiolo geloofwaardig,
heel af en toe briljant. Op andere plaatsen in de wereld, zoals in de rest van Italië, levert het zelden iets op
en terwijl pioniers in Californië en Australië iets hebben bereikt dat de structuur en het aroma van de Nebbiolo in
Alba benadert, lijkt niemand buiten Alba succes te hebben met het huwelijk tussen de structuur en de typiciteit van
Nebbiolo. Bijna als een "heilige graal", is de Nebbiolo druivensoort voor de moderne producent een minstens even
grote uitdaging als de Pinot Noir.