We schrijven 31 maart 2007. Na een overgangsperiode van dertien jaar wordt het definitief verboden om nog
langer de benaming 'tocai friulano' te gebruiken. Vermoedelijk heeft Europa de laatste vijftien jaar over
geen enkel ander druivenras zoveel inkt laten en doen vloeien als over tocai friulano. Een interessant druivenras
met een even interessante historiek.
KENMERKEN
Meest voorkomende wijnstreek:
Friuli-Venezia Giulia
Kleur van de schil:
groengeel
Karakteristieken:
druiven met een stevige schil; tot voor kort tocai friulano genoemd, maar in 2007 door de Eu verboden om verwarring met de hongaarse Tokaji te vermijden; in Italië exclusief in Friuli
aangeplant; heeft een sterke band met de sauvignonasse die men in Chili tegenkomt; biedt wijnen met een levendige frisheid en uitbundige aroma’s van wilde bloesem, citrus en
kruiden; slank en fris van textuur met impressies van bittere amandel
Vinificatiemogelijkheden:
wordt quasi uitsluitend op inox gevinifi eerd om zijn frisheid en fruitig karakter te bewaren
Wijnstijlen:
fris wit en schuimwijn
Bewaarkracht:
5 jaar
Te drinken bij:
schaal- en schelpdieren, rauw of gemarineerd met verse kruiden; asperges
Bekendste herkomstbenamingen:
Bianco di Custoza Secco, spumante en passito
Wat was er nu precies aan de hand met dit witte druivenras? Ofschoon het ras 'tocai friulano' als dusdanig al
bekend is sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, begonnen de Hongaren zich te roeren begin jaren negentig.
Zij hadden een beschermde herkomstbenaming (DOC) 'tokaji', als aanduiding voor de wijnen uit de regio Tokaj.
Aangezien zij elke verwarring met het Italiaanse druivenras 'tocai friulano' wensten uit te sluiten, vroegen
zij Europa het gebruik van deze laatste benaming te verbieden. En zo geschiedde: omdat de benaming van het
ras tocai friulano op zich toch niet beschermd was, moesten de Italianen vanaf 1 april 2007 een andere naam
gebruiken. Na veel overleg en discussie werd uiteindelijk besloten om het druivenras kortweg te herdopen als
'friulano'.
Dit ras is niet alleen bekend omwille van bovenstaande gebeurtenissen maar veeleer als dé topper onder de
inheemse witte druivenrassen van de regio Friuli Venezia Giulia in het uiterste Noord-Oosten van Italië.
Ook wel gekend onder de benaming 'sauvignon vert' of 'sauvignonasse', kan het de allermooiste witte wijnen van
Italië voortbrengen. Friulano mag dan wel het meest aangeplante druivenras van Friuli zijn en bijzonder productief,
toch zijn er enkele wijnbouwers die er wonderwijnen van maken. Het is een laatrijpend ras dat in totaal circa
1.500 hectare wijngaard beslaat en hoofdzakelijk voorkomt in de belangrijkste DOC-zones van Friuli:
Colli Orientali, Collio, Grave del Friuli en Isonzo. Ook over de grens, in Slovenië, worden er trouwens heel mooie
wijnen van gemaakt.
De cépagewijnen zijn steeds eerder licht van kleur en zalig floraal geparfumeerd met daarbij in de beste exemplaren
nog complexe toetsen van amandel, rijpe appel, peer en witte perzik. Aangezien friulano hoofdzakelijk wijnen
voortbrengt met lichte body zijn ze zeer vlot drinkbaar. Door het zelden gebruik van eiken vaten zijn het vooral
aangename aperitiefwijnen.
Daarnaast wordt friulano ook vaak gebruikt als blenddruif: de combinatie met chardonnay, pinot bianco of sauvignon
blanc past hem perfect! Bij de blendwijnen is het daarentegen niet ongewoon om de friulano enkele maanden vatrijping
te gunnen teneinde meer complexiteit en body te genereren. Maar zelfs dan wordt veeleer tweede- of derdejaars
eikenhout gebruikt.
Bij de beste producenten die dit druivenras meesterlijk beheersen mogen Ronco del Gnemiz (cuvée Bianco San Zuan) en
Livio Felluga (zowel de cépagewijn als de adembenemende blend Terre Alte) gerekend worden.